Hoe je structuur, taal en inzicht opbouwt bij redactiesommen en omrekenen
Redactiesommen uitleggen wordt zoveel eenvoudiger wanneer kinderen begrijpen welke situatie er in het verhaaltje gebeurt. In groep 7/8 werk ik daarom bewust met situaties bij redactiesommen: helder, stap voor stap en met heel veel betekenis.
In deze les herhaalden we de belangrijkste situaties, voegden we omrekensituaties toe en oefenden we met het herkennen van wat een verhaaltje eigenlijk vraagt. Het resultaat: overzicht, structuur en kinderen die redactiesommen met veel meer vertrouwen aanpakken.
Het bordwerk bij deze les.
Stap 1 – Situaties bij redactiesommen ophalen
We startten de les door alle bekende reken-situaties op het bord te zetten. De kinderen bedachten bij elke situatie zelf een voorbeeld. Dit helpt hen om de structuur van een verhaalsom te herkennen.
De situaties die we gebruikten:
-
er komt iets bij
-
er gaat iets weg
-
er is een verschil
-
er komt steeds hetzelfde bij
-
er wordt iets verdeeld (eerlijk verdelen)
-
er gaat iets omheen / op / in (omtrek, oppervlakte, inhoud)
-
alleen de maat verandert → omrekenen
Deze manier van werken helpt kinderen om een verhaaltje niet langer te zien als een grote tekst, maar als iets herkenbaars:
taal → situatie → som.
Stap 2 – Omrekenen in groep 7/8: welke situatie hoort waar?
Daarna bekeken we de situaties waarin je alleen de maat verandert. Voor veel leerlingen is omrekenen lastig omdat ze niet zien wanneer het nodig is. Door omrekenen als aparte situatie te benoemen, ontstaat veel meer duidelijkheid.
We maakten een overzicht van de belangrijkste omrekensituaties in groep 7/8.
De omrekensituaties die we bespraken:
-
Lengte / omtrek: per stap ×10 of ÷10
-
Oppervlakte: per stap ×100 of ÷100
-
Inhoud (m³): per stap ×1000 of ÷1000
-
Liters : per stap ×10 of ÷10
-
Kilo : per stap ×10 of ÷10
-
Tijd: seconden ↔ minuten ↔ uren (met hun eigen structuur)
We koppelden dit steeds terug aan het bordwerk:
👉 Verandert alleen de maat? Dan is het een omrekensituatie.
👉 Gebeuren er dingen in het verhaal? Dan hoort het bij een andere situatie bij redactiesommen.
Dit hielp kinderen enorm bij het herkennen van redactiesommen en het kiezen van de juiste aanpak.
Stap 3 – Redactiesommen herkennen met een werkblad
Met die kennis oefenden de leerlingen met een werkblad waarin ze:
-
de situatie bij verhaaltjes bepaalden
-
de bijpassende som opschreven
-
verschillende omrekensituaties uitvoerden
-
kale sommen koppelden aan een situatie
Je zag het inzicht groeien:
“O, deze hoort bij omrekenen.”
“Dit is er komt steeds hetzelfde bij.”
Stap 4 – Alleen de situatie bepalen (zonder uitrekenen)
Tot slot kregen de kinderen een blad met verschillende redactiesommen waarop ze alleen de situatie hoefden te noteren.
Niet uitrekenen, alleen kijken:
-
wat gebeurt hier?
-
welke situatie hoort daarbij?
-
welke bewerking hoort daar dan bij?
Dit versterkt het denkwerk dat voorafgaat aan het rekenen — precies wat kinderen nodig hebben om redactiesommen te begrijpen en niet vast te lopen in de tekst.
Na de vakantie: twee nieuwe situaties
De reeks maken we nog compleet met twee situaties die na de vakantie aan bod komen:
-
deel van een geheel
-
hoort bij elkaar
Ook deze sluiten perfect aan op het denken dat de kinderen nu al laten zien.
Waarom situaties zo goed werken bij redactiesommen
Werken met situaties:
-
geeft structuur in een vaak rommelig vakgebied (verhaalsommen)
-
helpt kinderen het denken te begrijpen vóór ze rekenen
-
biedt taal en houvast aan leerlingen die dat hard nodig hebben
-
maakt redactiesommen voorspelbaar
-
verlaagt stress en verhoogt zelfvertrouwen
Kinderen zien patronen, en patronen geven rust.
Dat is precies waarom deze aanpak zo goed werkt.
Ook hiermee aan de slag in jouw groep?
Deze aanpak hoort bij hoe ik inzicht opbouw met het situatiekompas:
helder, stap voor stap, vanuit de praktijk.
Wil je meer lesideeën, materialen of uitleg over situaties bij redactiesommen?
Laat het me weten — ik denk graag mee.
Reactie plaatsen
Reacties